Waarom de erkenning van Promaz momenteel een vergiftigd geschenk is …

Auteur: 
Johan Mattart

De sector wil gebruikers van stookolie helpen bij de sanering van bodemverontreiniging veroorzaakt door een lekkende tank. En dit zonder iemand uit te sluiten. Wel moet het saneringsfonds Promaz kunnen steunen op een adequate financiering.

De vzw Promaz werd in het voorjaar van 2019 opgericht door de federaties van de petroleumsector (Brafco, Energia en Informazout) met de bedoeling om eigenaars en gebruikers van een stookolietank die voor verwarmingsdoeleinden wordt gebruikt, financieel te helpen wanneer bodemverontreiniging wordt vastgesteld ten gevolge van een lek in de tank of de leidingen ervan.

Sinds haar oprichting heeft de vereniging Promaz veel tijd en energie gestopt in de voorbereiding van haar erkenningsdossier, dat onderbouwd werd met een gedegen financieel plan. Dit dossier werd onlangs bestudeerd en goedgekeurd door de Interregionale Bodemsaneringscommissie (IBC) ... evenwel zonder rekening te houden met de door Promaz geformuleerde "conditio sine qua non" inzake de financiering.

De initiatiefnemers van Promaz hebben de vereiste financiële middelen geraamd op 512 miljoen euro. Niettegenstaande het de bedoeling is dat Promaz, in het licht van de vereffening in 2026 van Bofas - het fonds voor bodemsanering van tankstations (dat eveneens door de sector werd opgericht) – geleidelijk aan het resterend netto-actief van deze laatste (geraamd op ca. 120 miljoen euro) zou worden toegewezen, is het nu reeds duidelijk dat dit onvoldoende zal zijn, gezien het geraamde tekort van bijna 400 miljoen euro! De financiële levensvatbaarheid van Promaz moet daarom ook worden gewaarborgd door de onmiddellijke inning van een vaste bijdrage van 10 euro/m³ gasolie (50 en 10 ppm), te verrekenen in de  officiële maximumprijs, en dit tot de nodige middelen zijn geïnd.

Opmerkelijk is dat de IBC enerzijds de deskundigheid en de representativiteit van de vzw Promaz erkent door haar te erkennen als bodemsaneringsfonds, maar anderzijds haar financiële deskundigheid niet aanvaardt. Eenzijdig en zonder het minste overleg weigert de IBC de vzw Promaz  de vereiste financiële zekerheid te verschaffen om haar taak te kunnen volbrengen. Voor Brafco is dergelijke situatie te onzeker, temeer daar :

  • de IBC de niet-residentiële sector toevoegt  aan de begunstigden van het Fonds; het hoger vermelde bedrag van 512 miljoen euro zal derhalve ontoereikend zijn;
  • het Vlaams decreet betreffende het verbod op de vervanging van stookolieketels (gepubliceerd in het Staatsblad d.d. 19.11.2021) de financieringsbasis vanaf 1 januari 2022 versneld zal uithollen.        

Om deze redenen dienen de politieke overheden te aanvaarden dat :

  • in geval van het uitblijven van een voldoende financiering, er prioriteiten zullen moeten worden gesteld onder de gebruikers van stookolie die met een bodemsanering worden geconfronteerd, waardoor sommigen uit de boot zullen vallen;
  • als gevolg van de inkrimping van de financieringsbasis in één gewest, de financiering van Promaz hoofdzakelijk door de andere gewesten zal moeten gebeuren.

Om dezelfde redenen - en vooral omdat iedereen die in aanmerking komt moet kunnen worden geholpen - blijft Brafco er bij de politieke overheden voor ijveren om in te stemmen met de onmiddellijke inning van de bijdrage van 10 euro/m³. In dit kader heeft de Federatie er ook voor gepleit om de publicatie van het erkenningsbesluit in het Staatsblad met ten minste drie maanden uit te stellen.

De invoering van deze beperkte heffing kan overigens gemakkelijk worden doorgevoerd bij de eerste daling van de officiële maximumprijs van gasolie in 2022.

Brafco blijft bereid om hierover verder overleg te voeren, doch wenst niet te participeren in het beheer van een fonds dat, ingevolge het uitblijven van een onmiddellijke structurele financiering,  zijn opdracht niet volledig zal kunnen vervullen.